Lente 2017 _ Gekraagde Roodstaart

Gekraagde Roodstaart

Op onze fietstocht door Reiderwolde reden we richting, wat wij “tuinbos” zijn gaan noemen.

Plots vloog eruit een takkenbos een Gekraagde roodstaart.

De Gekraagde Roodstaart

Deze prachtig gekleurde vogels arriveren zo vanaf half april. helemaal uit landen als Gambia, Congo en West-Ethiopië. Het kleurrijke mannetje is als eerste aanwezig en bewaakt dan zijn territorium. Nadeel dat je helemaal uit Afrika komt is dat veel andere holenbroeders de nestplaatsen al ingenomen hebben.

Wat de vogels nodig hebben is een kruidenrijke en vochtige omgeving, waar ze opzoek gaan naar rupsen en mieren. Maar het belangrijkste is voldoende nestgelegenheid. Dat betekent voldoende dood hout. Ook maken ze hun nest wel in oude knotbomen.

Nestkasten zijn ook wel gewild, vooral als die door spechten verder zijn uitgehakt, Want ze willen een grote nestingang van wel 45 mm. een Koolmees doet het met 28 mm.

’s Morgens is het een van de eersten die gaat zingen. Hij vraagt dan; “Zieie je me niet?”

In het tuinbos zou die een geschikte nestplaats kunnen vinden. maar de onze kan ook een vogel zijn die op doortrek is naar Scandinavie. Vroeger zaten ze in de hoge bomen rond de Noorderkerk in Groningen, daar zijn ze helaas verdwenen. Maar in Sellingen en Bellingwolde komt de soort nog met tientallen territoria voor. Ook in het Noordlaarderbos komen zo’n 20 territoria voor, maar ja, daar is dan ook meer bos. Ben je in het rijke bezit van een weelderige tuin, voorzien van bomen en struiken, dan wil de gekraagde wel bij je wonen. De vogel is nogal plaatstrouw, dus zie je hem ieder jaar terug.

Deze keer deed ik samen met Adri Akkerman de inventarisatie ronde. Hij gaat ons de komende periode vervangen. Want wij mensen willen zo nu en dan even een pauze, daar hebben vogels geen weet van.

 

Lente 2017 – Ti ti ti ti teh

Op de natuurbegraafplaats in Reiderwolde is gedurende een groot deel van de dag de 5e symphonie van Beethoven te horen.
Dat is toch wel heel sfeervol.

De Geelgors

Vanmorgen hoorden we verschillende mannetjes van de Geelgors hoog in de toppen van de berken zingen.
Het is een vogel met een prachtig geel verenkleed. 100 jaar geleden kwam de Geelgors in de hele provincie algemeen voor. maar in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw ging het mis. Door o.a. de ruilverkaveling verdwenen er veel heggen en houtwallen in de provincie. De soort wist zich in Westerwolde te handhaven.
Sinds de jaren 90 van de vorige eeuw is de soort bezig met een opmars, ondermeer door landschapsherstel projecten. Het totaal aantal broedparen in de provincie is momeneel zo’n 1500 paar.
In de winter doen de vogels zich te goed op niet geploegde akkertjes. Vaak zijn het ook speciaal voor de vogels ingezaaide percelen. De vogels zingen vanaf half maart tot in augustus. De lange zangperiode heeft te maken met meerdere legsels.
Het zijn echte zaadeters, maar in de broedtijd schakelen ze over op insecten en wormen voor de jongen.
Het is zeer aannemelijk dat de Geelgors gaat broeden op de natuurbegraafplaats.
Kijkt u met ons mee?

Klaas en Johanna Steenbergen

Lente 2016 – De kleine Kneu

Lente 2016

De kleine Kneu

De Kneu.

Het is 1 mei, dag van de arbeid, als wij aan onze tweede ronde voor de broedvogel inventarisatie beginnen.

Met het weer gaat het langzaam de betere kant op. Al merk je daar qua temperatuur, ’s morgens om 6.00 uur maar weinig van. Gelukkig trekken onze vogels zich daar niet zoveel van aan.

We willen het deze keer even over de Kneu hebben.

Aan de oostrand van Reiderwolde, daar waar het asielzoekerscentrum is gerealiseerd, heeft zich een paartje Kneuen gevestigd.

Klopt precies met wat er in de boekjes staat. Een overgang van een ruige kruidachtige begroeiing met struiken en dicht struweel.

We horen zijn kneuterige roepje, maar opvallender is zijn rode borst.

Ze kunnen broeden van april tot in augustus, voldoende tijd voor meerdere legsels. Als er maar voldoende eten op tafel staat. En daar ontbreekt het vaak aan. Ons landchap is te schoon voor deze schoonheid. Maar goed, wat ze bijvoorbeeld graag lusten zijn de zaden van koolzaad en bladrammenas. De tarwezaden zijn weer net te dik.

Ze zijn ook gek op de zaden van vogelmuur en varkensgras en natuurlijk de zaden van allerlei distels. Laat maar staan die zaadproducenten.

Het gaat dus niet zo goed met de Kneu, door die sterke afname staat de Kneu op de rode lijst. Wat we kunnen doen om dat te veranderen, is meer overhoekjes die mogen verruigen.

Meer struwelen en struiken laten staan en de Kneu is ons dankbaar.

Lente 2015 – Een korte impressie

Lente 2015

Waterral - lente 2015

Een korte impressie

De eerste Sprinkhaanzangers zitten al meteen vanaf de parkeerplaats rechts in het riet.
Het geluid in onmiskenbaar, als een sprinkhaan die niet van ophouden weet.
Ten noorden van de pagode (toren) komt al geregeld een parachute naar beneden.
U weet wel zo’n klein vogeltje met een prachtig geluid, maar als hij het niet langer uithoudt laat hij zich naar beneden zweven als een parachute.

Aan de oost-kant van de toren zien we een blauw veld met Hondsdraf.
We gaan er eens heerlijk in liggen, want de plant verspreid een bijzondere geur.
Sommige vinden het stinken, ja over smaak valt niet te twisten.
De hondsdraf wordt druk bevlogen door hommel koninginnen
De koninginnen van de Akkerhommel, nog maar net ontwaakt uit de winterslaap.
Dan is het wel handig dat de tafel rijkelijk gedekt is.
Daarna gaat ze op zoek naar een geschikte plek om een nieuw volk te stichten.
Bijvoorbeeld in een oud muizennest, maar het kan ook simpel onder een dode graspol.

Nog een aardige veel voorkomende voorjaarsbloeier is de Gewone veldbies.
De plant kan hele zoden vormen en wordt maximaal 30 cm. hoog.
De zaadjes hebben een zogenaamd mierenbroodje. dat is handig want mieren zijn er gek op, Ze slepen de zaden overal naar toe en helpen zo met de verspreiding van de plant.