Zomer 2017 _ Blauwborst

Alweer een prachtige dag om door Reiderwolde te fietsen en naar vogels te luisteren. Toch komen we niet veel mensen tegen. Een enkele jogger en een paar mensen met een hond (aan de lijn). Vlakbij de parkeerplaats schiet een wezeltje over het fietspad. De tocht begint al goed! Een mooi voorbeeld van de ontwikkeling van het gebied zijn ook een paar rietorchissen die we zien bloeien vlakbij de mooie bank achter de natuurbegraafplaats. Die planten zijn wel kieskeurig over hun groeiplaats, en dat ze hier in zo’n jong gebied staan is wel bijzonder.
Blauwborstje
Nog leuker wordt het als we het fietspontje naderen. Bij het pad dat tussen de begroeiing naar het pontje leidt vliegen twee jonge vogeltjes rond. En na wat zoekwerk met de kijker zien we ook een oudervogel: het is het vrouwtje van de blauwborst, en met voer in de snavel! Dat is dus een zeker broedgeval van dit prachtige vogeltje. In ons land broedt de witgesterde blauwborst, en dat in steeds grotere aantallen. Dat komt door de nieuwe natte natuurgebieden die er in ons land bij zijn gekomen de laatste 30 jaar. Sinds 1970 wordt het aantal broedende blauwborsten steeds groter; zodanig dat de soort uit de Rode Lijst is gehaald. Het gaat dus goed met de blauwborst. Let in mei eens op of je een zingend mannetje ziet; ze verstoppen zich niet echt. Vaak zitten ze te zingen bovenin een wilg aan de kant van het water. Wat een mooi gezicht is het!
Onze eerste blauwborst vergeten we nooit meer. De prachtig blauw gekleurde borst met een witte ster middenin (in Noord-Europa hebben ze een rode ster) en die mooi gekleurde staart maken het een schitterende vogel. In september vliegen ze naar Afrika en brengen daar de winter door. Vaak doen ze daar zang op van andere vogels en imiteren die zang dan als ze hier terugkeren. Je hoort dan die zang en vraagt je af wie in hemelsnaam daar zingt. Tot je hem ziet zitten, en dan ga je met een goed gevoel verder!
Adri en Hilly Akkerman-Kreuzen       Veendam

Zomer 2017 _ Krooneend

Voor een tijdje nemen wij het monitoren van Reiderwolde over van Klaas en Johanna. Het is een mooi afwisselend gebied hier!

krooneend

In deze periode is het een en al vogelzang wat je hoort.  Vooral de kleine bruine vogeltjes! Lastig te onderscheiden (ze laten zich lang niet altijd zien) maar de zang is vaak wel herkenbaar.  Het is een mooie dag vandaag en we noteren heel veel soorten. De leukste vogel zien we bij het pontje dat uit het gebied leidt; daar zwemmen zomaar drie Krooneenden vlakbij het riet!

Wauw, Krooneenden, die verwacht je hier niet. Het zijn zulke mooie vogels met hun vuurrode snavels en bruine kop. Het zijn drie mannetjes, dus ze zullen wel op doortrek zijn naar de broedgebieden in Oost-Europa. Het vrouwtje is grijsbruin van kleur en zij heeft ook niet die opvallende rode snavel.  In ons land zie je ze weleens in de randmeren, bij Harderwijk bijvoorbeeld. Ze broeden ook wel hier, in klein aantal in de laagveenplassen in West-Nederland.

Veel broedparen zijn er niet; het aantal in Nederland wordt geschat op ongeveer 450 paren. Maar ze zijn prachtig om te zien en dat we ze hier tegenkomen is echt wel bijzonder. Ze eten vooral plantaardig voedsel dat ze al grondelend bereiken. Het nest is goed verstopt in de begroeide oeverrand van meren en plassen en daar komen 8 à 10 eieren in te liggen.

Adri Akkerman en Hilly Kreuzen  –  Veendam

Lente 2017 _ Gekraagde Roodstaart

Gekraagde Roodstaart

Op onze fietstocht door Reiderwolde reden we richting, wat wij “tuinbos” zijn gaan noemen.

Plots vloog eruit een takkenbos een Gekraagde roodstaart.

De Gekraagde Roodstaart

Deze prachtig gekleurde vogels arriveren zo vanaf half april. helemaal uit landen als Gambia, Congo en West-Ethiopië. Het kleurrijke mannetje is als eerste aanwezig en bewaakt dan zijn territorium. Nadeel dat je helemaal uit Afrika komt is dat veel andere holenbroeders de nestplaatsen al ingenomen hebben.

Wat de vogels nodig hebben is een kruidenrijke en vochtige omgeving, waar ze opzoek gaan naar rupsen en mieren. Maar het belangrijkste is voldoende nestgelegenheid. Dat betekent voldoende dood hout. Ook maken ze hun nest wel in oude knotbomen.

Nestkasten zijn ook wel gewild, vooral als die door spechten verder zijn uitgehakt, Want ze willen een grote nestingang van wel 45 mm. een Koolmees doet het met 28 mm.

’s Morgens is het een van de eersten die gaat zingen. Hij vraagt dan; “Zieie je me niet?”

In het tuinbos zou die een geschikte nestplaats kunnen vinden. maar de onze kan ook een vogel zijn die op doortrek is naar Scandinavie. Vroeger zaten ze in de hoge bomen rond de Noorderkerk in Groningen, daar zijn ze helaas verdwenen. Maar in Sellingen en Bellingwolde komt de soort nog met tientallen territoria voor. Ook in het Noordlaarderbos komen zo’n 20 territoria voor, maar ja, daar is dan ook meer bos. Ben je in het rijke bezit van een weelderige tuin, voorzien van bomen en struiken, dan wil de gekraagde wel bij je wonen. De vogel is nogal plaatstrouw, dus zie je hem ieder jaar terug.

Deze keer deed ik samen met Adri Akkerman de inventarisatie ronde. Hij gaat ons de komende periode vervangen. Want wij mensen willen zo nu en dan even een pauze, daar hebben vogels geen weet van.

 

Lente 2017 – Ti ti ti ti teh

Op de natuurbegraafplaats in Reiderwolde is gedurende een groot deel van de dag de 5e symphonie van Beethoven te horen.
Dat is toch wel heel sfeervol.

De Geelgors

Vanmorgen hoorden we verschillende mannetjes van de Geelgors hoog in de toppen van de berken zingen.
Het is een vogel met een prachtig geel verenkleed. 100 jaar geleden kwam de Geelgors in de hele provincie algemeen voor. maar in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw ging het mis. Door o.a. de ruilverkaveling verdwenen er veel heggen en houtwallen in de provincie. De soort wist zich in Westerwolde te handhaven.
Sinds de jaren 90 van de vorige eeuw is de soort bezig met een opmars, ondermeer door landschapsherstel projecten. Het totaal aantal broedparen in de provincie is momeneel zo’n 1500 paar.
In de winter doen de vogels zich te goed op niet geploegde akkertjes. Vaak zijn het ook speciaal voor de vogels ingezaaide percelen. De vogels zingen vanaf half maart tot in augustus. De lange zangperiode heeft te maken met meerdere legsels.
Het zijn echte zaadeters, maar in de broedtijd schakelen ze over op insecten en wormen voor de jongen.
Het is zeer aannemelijk dat de Geelgors gaat broeden op de natuurbegraafplaats.
Kijkt u met ons mee?

Klaas en Johanna Steenbergen

Lente 2016 – De kleine Kneu

Lente 2016

De kleine Kneu

De Kneu.

Het is 1 mei, dag van de arbeid, als wij aan onze tweede ronde voor de broedvogel inventarisatie beginnen.

Met het weer gaat het langzaam de betere kant op. Al merk je daar qua temperatuur, ’s morgens om 6.00 uur maar weinig van. Gelukkig trekken onze vogels zich daar niet zoveel van aan.

We willen het deze keer even over de Kneu hebben.

Aan de oostrand van Reiderwolde, daar waar het asielzoekerscentrum is gerealiseerd, heeft zich een paartje Kneuen gevestigd.

Klopt precies met wat er in de boekjes staat. Een overgang van een ruige kruidachtige begroeiing met struiken en dicht struweel.

We horen zijn kneuterige roepje, maar opvallender is zijn rode borst.

Ze kunnen broeden van april tot in augustus, voldoende tijd voor meerdere legsels. Als er maar voldoende eten op tafel staat. En daar ontbreekt het vaak aan. Ons landchap is te schoon voor deze schoonheid. Maar goed, wat ze bijvoorbeeld graag lusten zijn de zaden van koolzaad en bladrammenas. De tarwezaden zijn weer net te dik.

Ze zijn ook gek op de zaden van vogelmuur en varkensgras en natuurlijk de zaden van allerlei distels. Laat maar staan die zaadproducenten.

Het gaat dus niet zo goed met de Kneu, door die sterke afname staat de Kneu op de rode lijst. Wat we kunnen doen om dat te veranderen, is meer overhoekjes die mogen verruigen.

Meer struwelen en struiken laten staan en de Kneu is ons dankbaar.

Lente 2015 – Een korte impressie

Lente 2015

Waterral - lente 2015

Een korte impressie

De eerste Sprinkhaanzangers zitten al meteen vanaf de parkeerplaats rechts in het riet.
Het geluid in onmiskenbaar, als een sprinkhaan die niet van ophouden weet.
Ten noorden van de pagode (toren) komt al geregeld een parachute naar beneden.
U weet wel zo’n klein vogeltje met een prachtig geluid, maar als hij het niet langer uithoudt laat hij zich naar beneden zweven als een parachute.

Aan de oost-kant van de toren zien we een blauw veld met Hondsdraf.
We gaan er eens heerlijk in liggen, want de plant verspreid een bijzondere geur.
Sommige vinden het stinken, ja over smaak valt niet te twisten.
De hondsdraf wordt druk bevlogen door hommel koninginnen
De koninginnen van de Akkerhommel, nog maar net ontwaakt uit de winterslaap.
Dan is het wel handig dat de tafel rijkelijk gedekt is.
Daarna gaat ze op zoek naar een geschikte plek om een nieuw volk te stichten.
Bijvoorbeeld in een oud muizennest, maar het kan ook simpel onder een dode graspol.

Nog een aardige veel voorkomende voorjaarsbloeier is de Gewone veldbies.
De plant kan hele zoden vormen en wordt maximaal 30 cm. hoog.
De zaadjes hebben een zogenaamd mierenbroodje. dat is handig want mieren zijn er gek op, Ze slepen de zaden overal naar toe en helpen zo met de verspreiding van de plant.