Het gebied
Reiderwolde
De cultuurhistorisch belangrijke kenmerken van het gebied worden gevormd door de bebouwing op de grondmoreneruggen en de open ruimte in het midden.
Heel vroeger reikte de Dollard tot aan het schiereiland Winschoten, waartoe ook dorpen als Beerta, Scheemda en Finsterwolde behoren. Het zijn min of meer geïsoleerde gebieden die enkele meters boven de omgeving uitsteken. Het zijn eindmorenen van de laatste vergletsjering. De kern van de gebieden bestaat uit keileem.
Reiderwolde maakt deel uit van het Schiereiland van Winschoten dat zijn naam dankt aan de aanwezigheid van stuwwallen die zijn gevormd in de voorlaatste ijstijd.
Deze stuwwallen (drumlins genaamd) zijn van een bijzonder karakter vanwege hun ontstaanswijze (gestuwd door het landijs en daarna afgevlakt doordat het landijs er bij een volgende fase van uitbreiding overheen schoof) en daaruit voortvloeiende, gestroomlijnde vorm.
De top van de drumlin is gelegen op NAP + 5.80 m. De diepste delen van Reiderwolde liggen op ongeveer NAP - 1.00 m. Op de hoger gelegen delen zijn nauwelijks watergangen aanwezig. Dit gebied is geheel aangewezen op regenwater en natuurlijke afwatering. Als gevolg van de geologische opbouw heeft het gebied Reiderwolde een vrijwel geïsoleerd grondwaterpatroon. Regenwater stroomt oppervlakkig af naar de diepere delen. Door de aanwezigheid van een zeer dik en vrijwel ondoorlatend pakket potklei en keileem ondiep in de ondergrond kan het water niet weg. Deze veroorzaken sterke verschillen tussen de hoogste en de laagste grondwaterstanden.
Tussen de stuwwallen zijn dekzandruggen opgewaaid. Door de stijging van de zee is er veen ontstaan, dat in de 17e eeuw is weggegraven. (turf). De hoge stuwwallen bleven ook bij overstromingen droog. De bevolking vestigden zich daarom op de grondmoreneruggen (stuwwallen) en zo ontstond er een wegdorp, de zogenaamde lintbebouwing.
In het midden van Reiderwolde bevindt zich een grondmorenerug die loopt naar het oosten waar Beerta is ontstaan. In de noord-oosthoek net boven het gebied een uitloper van een grondmorenerug Hardenberg / Finsterwolde. De lintbebouwing die langs deze wegen ontstond geeft het gebied zijn typische hoofdstructuur die cultuurhistorisch waardevol wordt geacht.
Bronnen:
- DLG 30-11-06
- Wikipedia
Heel vroeger reikte de Dollard tot aan het schiereiland Winschoten, waartoe ook dorpen als Beerta, Scheemda en Finsterwolde behoren. Het zijn min of meer geïsoleerde gebieden die enkele meters boven de omgeving uitsteken. Het zijn eindmorenen van de laatste vergletsjering. De kern van de gebieden bestaat uit keileem.
Reiderwolde maakt deel uit van het Schiereiland van Winschoten dat zijn naam dankt aan de aanwezigheid van stuwwallen die zijn gevormd in de voorlaatste ijstijd.
Deze stuwwallen (drumlins genaamd) zijn van een bijzonder karakter vanwege hun ontstaanswijze (gestuwd door het landijs en daarna afgevlakt doordat het landijs er bij een volgende fase van uitbreiding overheen schoof) en daaruit voortvloeiende, gestroomlijnde vorm.
|
In Reiderwolde komen veel zwerfkeien voor. Deze zwerfkeien zijn in de ijstijd vanaf Scandinavië door het landijs hier naar toegedrukt. Door de schurende werking van ijs en grond hebben ze vaak een mooie ronde vorm. |
Een drumlin (afgeleid van het Iers-Gaelisch: droimnín, een langgerekte heuvel) is een langgerekte duinvormige heuvel
De in het gebied gelegen drumlin is nog gaaf en vormt door zijn hoge ligging een markant element in het verder open landschap. De drumlin is - tezamen met alle in Oost-Groningen voorkomende door het landijs gevormde ruggen en stuwwallen - geplaatst op de landelijke lijst van waardevolle aardkundige objecten (GEA-objecten). In het provinciaal omgevingsplan is om deze reden Reiderwolde aangeduid als gebied met waardevol reliëf.De top van de drumlin is gelegen op NAP + 5.80 m. De diepste delen van Reiderwolde liggen op ongeveer NAP - 1.00 m. Op de hoger gelegen delen zijn nauwelijks watergangen aanwezig. Dit gebied is geheel aangewezen op regenwater en natuurlijke afwatering. Als gevolg van de geologische opbouw heeft het gebied Reiderwolde een vrijwel geïsoleerd grondwaterpatroon. Regenwater stroomt oppervlakkig af naar de diepere delen. Door de aanwezigheid van een zeer dik en vrijwel ondoorlatend pakket potklei en keileem ondiep in de ondergrond kan het water niet weg. Deze veroorzaken sterke verschillen tussen de hoogste en de laagste grondwaterstanden.
Tussen de stuwwallen zijn dekzandruggen opgewaaid. Door de stijging van de zee is er veen ontstaan, dat in de 17e eeuw is weggegraven. (turf). De hoge stuwwallen bleven ook bij overstromingen droog. De bevolking vestigden zich daarom op de grondmoreneruggen (stuwwallen) en zo ontstond er een wegdorp, de zogenaamde lintbebouwing.
In het midden van Reiderwolde bevindt zich een grondmorenerug die loopt naar het oosten waar Beerta is ontstaan. In de noord-oosthoek net boven het gebied een uitloper van een grondmorenerug Hardenberg / Finsterwolde. De lintbebouwing die langs deze wegen ontstond geeft het gebied zijn typische hoofdstructuur die cultuurhistorisch waardevol wordt geacht.
Bronnen:
- DLG 30-11-06
- Wikipedia








